Met tienduizenden de straat op tegen de bezuinigingen

Op vrijdag 2 dec betoogden naar schatting zo’n 70000 tot 80000 mensen in Brussel tegen de nieuwe voorgestelde bezuinigingsmaatregelen. Deze massabetoging kwam er na een oproep van de drie grote vakverbonden om samen de straat op te gaan onder de noemer “hun schuld niet de onze!” en “Neen aan blinde bezuinigingen, wij hebben alternatieven”. Met de Vrije Bond lanceerden we voor deze gelegenheid een mobilisatieoproep om mee te gaan betogen en met onze antikapitalistische en libertaire boodschap ook aanwezig te zijn op deze manifestatie. Tijdens de demonstratie deelden we onze tweede (tweetalige) editie van de gelegenheidskrant “Recht door zee” uit en stapten we mee op vanaf het Noordstation naar het Zuidstation waar de betoging uiteindelijk stopte. Met deze aanwezigheid van duizenden manifestanten op de Brusselse straten blijkt steeds meer dat mensen zich bewuster beginnen te worden van de uitbuitende en onderdrukkende structuur van het kapitalistisch systeem waarin we ons bevinden. Een systeem dat zich berust op het verrijken van enkelen ten koste van vele anderen. Tijdens de demonstratie werden dan ook enkele banken door betogers getrakteerd op verfeieren en ook het VLD (liberale partij) kantoor kreeg eieren te verwerken. Onderstaand artikel verscheen in onze gelegenheidskrant die ter plekke werd verspreid waarin we willen aanzetten om verder te gaan dan enkel deze betoging en dan ook oproepen tot een algemene staking.

Ons antwoord op hun crisis

“Het zijn toch niet de doppers die jobs creëren, of wel? Negentig procent van de mensen houdt zich bezig met de vijf procent van de mensen die het moeilijk hebben. Zouden we ons niet beter bezighouden met de negentig procent die het niét moeilijk heeft? (…) Herverdelen achteraf heeft geen enkele zin: zo bescherm je mensen die niets willen doen en die nooit iets zullen doen.” (Leopold Lippens in De Standaard, 26 november 2011)

De crisis van het kapitaal…
Het kapitalisme verkeerd reeds geruime tijd in een diepe crisis. Die crisis is deels te verklaren door de inherente tegenstellingen in het kapitalisme, maar is ook te wijten aan het roekeloze beleid van speculanten die ongestoord hun gangetje konden (en nog steeds kunnen!) gaan. Geld gaat echter niet in rook op, dus verdienen er ook heel wat mensen geld aan de crisis. Toch dreigen we opnieuw over de brug te moeten komen: de banken en de speculanten hebben de crisis veroorzaakt, maar wij betalen de prijs. Winsten worden geprivatiseerd, risico’s en verliezen worden gesocialiseerd.

In het kapitalisme worden de rijken systematisch rijker en de armen armer. De “homo economicus” is vandaag niet zozeer een rationele, maar wel een sociaal ontwortelde mens. Fundamenteel komt de dwaalgedachte van het economisch liberalisme hier op neer: wat je in je eigenbelang doet, komt – met dank aan de onzichtbare hand – ook de samenleving in zijn geheel ten goede. Blind winstbejag heeft echter net het tegengestelde tot gevolg: in een ware “race to the bottom” probeert men competitief te blijven in een bitsige broederstrijd, ook wel “concurrentie” genaamd. Zelfs als dat leidt tot sociale afdankingen, lagere lonen en werkloosheid. Sociale meerwaarde creëren is immers geen doelstelling van de huidige economie. Het gaat puur om “goede cijfers”, om financiële winst, om dat dividend op het eind van het jaar. En zoals zo vaak: de een zijn dood is de ander zijn brood.

…en de staat haar oorlogstaal!
Als reactie op de sluimerende financieel-economische crisis en de recentere schuldencrisis hebben politici hun grof geschut bovengehaald. Ze richten hun pijlen echter niet op de banken, die zijn immers “too big to fail”. Dus moet iemand anders het gelag betalen. De rijken dan maar? Helaas, die hebben hun geld nodig  om de economie weer aan te zwengelen… Het is pervers, zij die de crisis veroorzaken mogen niet bestraft worden, dus moeten de slachtoffers maar het nodige geld ophoesten. Het resultaat: sociale afbraak. Niet meer belastingen, maar wel besparingen.

De sociale voorzieningen worden afgebouwd en intussen moeten we onszelf maar behelpen. Het uitbouwen van lokale alternatieven, autonomie en weerbaarheid tegen crisissen van buitenaf gaat hand in hand met de openlijke strijd tegen systemisch onrecht. Vandaag moeten we de structuren die onrecht creëren meer dan ooit delegitimeren. Teveel mensen geloven nog steeds dat er geen alternatief is. Daardoor is ons antwoord al te vaak gekleurd met onmacht. Onmacht tegen hun (slechts schijnbare) overmacht.

Een vermogensbelasting wordt afgeschoten, omdat ze “de top 5% die onze economie kan herlanceren” zou raken. Hebben we het hier over de 5% die gewed heeft op onze toekomst (en verloren)? Willen we hen nog een rondje laten pokeren? Heeft het casinokapitalisme dan niet al genoeg schade aangericht?

In plaats van belastingen worden het dus besparingen. Voornamelijk in de zachte sector wellicht. Of zoals Leopold Lippens het zegt: “De welvaartsstaat is voorbij.” We hebben het begrepen. Als we armoede willen vermijden, zullen we rijkdom moeten bestrijden. Voorlopig lijken we ons echter te moeten voorbereiden op zwarte sneeuw. Dat velen onder ons getroffen zullen worden door de besparingen, lijkt onvermijdelijk. Het lijkt wel een ijzeren wet: de staat die wikt en het kapitaal schikt. Maar is er dan echt geen alternatief?

De uitweg: klassensolidariteit
Vandaag komt het er meer dan ooit op aan om solidair te zijn met de zwaksten. De meesten onder ons zitten sowieso in het verliezende kamp. Jobs gaan verloren, uitkeringen worden beperkt en meer en meer mensen glippen door de steeds grotere mazen van het sociale vangnet. Armoede en honger zullen op steeds grotere schaal weer een dagelijkse realiteit worden in Europa.

Een grauw beeld, niet? En dat de toekomst ons niet bepaald toelacht, hoor ik je hardop denken. Ja en nee. Het dreigen inderdaad sociaal donkere tijden te worden. Maar er is een positieve kant aan dit verhaal. De voorbije decennia zijn we compleet afhankelijk geworden van de “liefdadigheid van bovenaf”. Wat als we nu zelf actief de keuze maken om alternatieven van “solidariteit van onderop” uit te werken? Met solidariteit en wederkerige hulp komen we al een heel eind ver. Op die manier zullen we bij onze volgende confrontatie beter gewapend voor de dag komen.

Het middel: directe actie
De vakbonden hebben historisch heel wat sociale vooruitgang afgedwongen. Aan de fundamenten van een per definitie onrechtvaardig systeem is echter niet geraakt. Veel van de afgedwongen rechten hebben geleid tot grotere kooien en langere ketens. Maar hebben ze ons van de “rat race” bevrijd? Is ons werk er zinvoller op geworden? Wie heeft het meest geprofiteerd van de “groei om de groei”? Hoe langer je er bij stil staat, hoe meer vragen we ons kunnen stellen bij de mate van “sociale vooruitgang” die we hebben geboekt. Krijgt iedereen vandaag “loon naar werk”? En vinden we dat sowieso wel een fair principe?

Kritische zelfreflectie is belangrijk. Zeker in tijden van crisis. Want waarom hebben we eigenlijk de crisis nog niet kunnen aanwenden voor een sterk links alternatief? We moeten ook durven in eigen boezem kijken. De voorbije jaren is (de top van) de vakbond sterk geïnstitutionaliseerd geraakt. Zijn we niet zelf een steunpilaar van het systeem geworden? Zetten we niet teveel in op een vruchteloze dialoog met een klasse met fundamenteel andere belangen? En wie trekt dan aan het langste eind?

We moeten opletten voor bureaucratisering. Verandering moet van de basis komen, van onderop. Militant verzet is het enige antwoord op het brute geweld van de crisis. De belangrijkste verwezenlijking van de vakbonden situeren zich voor de tweede wereldoorlog. Toen waren stakingen, bedrijfsbezettingen en zelfs sabotage niet ongebruikelijk. Directe actie spreekt luider dan woorden. Het is ons beste wapen tegen hun onwil. Onwil om te kiezen voor herverdeling, onwil om mee te strijden voor sociale rechtvaardigheid.

Het doel: libertair socialisme
“Walking we ask ourselves questions…”
Waar moet dat heen leiden? Er bestaat geen blauwdruk voor een post-kapitalistische samenleving. Uiteindelijk zullen we die samen, met veel vallen en opstaan, moeten creëren. Dat is niet het leukste antwoord, daar zijn we ons van bewust. Maar het is het enige antwoord dat we in alle eerlijkheid kunnen geven. Zonder de finaliteit te kennen van de wereld van morgen, kunnen we wel reeds een mogelijke richting schetsen: voor ons zal de radicale sociale verandering libertair zijn, of ze zal voor niets geweest zijn.

Wat bedoelen we daarmee? Voor ons leidt het geen enkele twijfel dat de economie opnieuw functioneel moet worden: een economie in functie van de noden van de mens en niet andersom. Daarom moet de gemeenschap ook meer inspraak krijgen in alle facetten van de economie: productie, consumptie en distributie. Talloze coöperatieven vroeger en nu hebben bewezen dat bedrijven in zelfbeheer werken: ze zijn rendabel en niet louter in de economische zin van het woord. Ervaringen in kleinschalige alternatieven kunnen ons helpen in de zoektocht naar een systeem dat in sterkere mate gebaseerd is op de notie “van ieder naar vermogen, voor ieder naar behoefte”. Kortom, een systeem dat de mens opnieuw centraal stelt.

Er is echter een belangrijke “maar” in dit verhaal. Veel “socialistische” experimenten in het verleden hebben ook tot niets geleid, omdat een nieuwe elitaire klasse de oude politiek voortzette. Vaak was het oude wijn in nieuwe zakken: staatskapitalisme eerder dan werkelijk socialisme. Wij willen zelf een stem hebben, opnieuw subject in plaats van object van de geschiedenis worden. Zoals Bakoenin het reeds verwoordde:

“Wij zijn ervan overtuigd dat vrijheid zonder socialisme gelijk staat aan privilege en onrecht, maar evenzeer dat socialisme zonder vrijheid slavernij en brutaliteit betekent.”

Met dit eenvoudige citaat legt Bakoenin meteen de gevaren bloot van zowel autoritair socialisme als dogmatisch liberalisme. Wij geloven dat vrijheid en gelijkheid niet aan elkaar tegengesteld zijn, wel integendeel: ze zijn pas betekenisvol indien je een synthese van beiden maakt.

Op lange termijn moeten we niet alleen ons socio-economische systeem helemaal hertekenen, maar ook het politieke. De Italiaanse anarchist Malatesta merkte terecht op dat de burger weliswaar te dom en te egoïstisch werd geacht om de samenleving in goede banen te leiden, maar dat de verdedigers van een representatieve democratie hem wel in staat achten om rationeel te kiezen wie dan wel over alle goede eigenschappen beschikt om dit in zijn of haar naam te doen. Onzin natuurlijk. We hebben allen een verantwoordelijkheid te nemen. We moeten samen antwoorden formuleren op de uitdagingen van vandaag om de wereld van morgen vorm te geven.

De enige andere mogelijkheid is de continuering van de crisis, bestendigd door een systeem dat steeds repressiever zal optreden tegen het terecht groeiend ongenoegen van niet alleen de onderklasse, maar meer en meer ook een verarmde middenklasse. Het kapitalisme kan zich nog een hele tijd handhaven, maar dat zal dan wel een hoge kostprijs hebben. En het zijn niet de bankiers die deze zullen betalen. Zij zijn nog te druk bezig met het plukken van de laatste vruchten van al hun virtuele constructies. Bij elke zeepbel die ontploft vallen echter opnieuw slachtoffers. Laat dit daarom de laatste crisis zijn. We hebben er genoeg van. We laten niet meer over ons heen lopen. Daarom roepen wij op tot een algemene staking!

Klassenstrijd en solidariteit: slechts woorden vandaag, maar onze wapens voor morgen!

door August Wagener
Vrije Bond/A.K. Gent

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s